Publicaties in de media.

Afbouw salderingsregeling definitief: eigenaar zonnepanelen mag vanaf 2023 jaarlijks 9 procent minder salderen

Minister Wiebes heeft het definitieve afbouwpad van de salderingsregeling bekendgemaakt. Eigenaren van zonnepanelen mogen vanaf 2023 ieder jaar 9 procent minder salderen en in 2031 niet meer salderen.

In de periode 2023-2030 bedraagt de jaarlijkse afbouw 9 procent, waarna deze van het kalenderjaar 2030 naar 2031 de laatste stap van 28 naar 0 procent maakt om te zorgen dat het salderingspercentage vanaf 2031 daadwerkelijk 0 is. In het oorspronkelijke voorstel van de omvorming van de salderingsregeling voor kleinverbruikers met zonnepanelen dat minister Wiebes afgelopen oktober presenteerde, werd nog gesproken van een snellere jaarlijkse afbouw, te weten met 11 procent per jaar. Het minder snelle afbouwpad is volgens onderzoekers van TNO gunstiger voor investeerders in zonnepanelen en leidt tot een verkorting van bijna 9 maanden terugverdientijd voor investeringen in 2024-2025.

Wijzigingen na internetconsultatie
Nadat minister Wiebes afgelopen oktober het bijbehorende wetsvoorstel publiceerde voor de afbouw van de salderingsregeling, dienden tientallen organisaties dienden een zienswijze in tijdens de internetconsultatie.

Met zijn Kamerbrief informeert minister Wiebes de Tweede Kamer nu over 3 belangrijke punten:

  1. het definitieve afbouwpad zoals bepaald op basis van de inzichten uit de Klimaat- en Energie Verkenning 2019 (KEV 2019).
  2. een onderzoeksrapport van TNO waarin de effecten van de afbouw van de salderingsregeling op investeringen in zonnepanelen door verschillende groepen kleinverbruikers in kaart zijn gebracht.
  3. De redelijke vergoeding voor ingevoede elektriciteit: als de salderingsregeling wordt afgebouwd geldt namelijk dat voor een groeiend deel van de elektriciteit die een kleinverbruiker aan het elektriciteitsnet levert dat de opbrengst uitsluitend bestaat uit de vergoeding die de energieleverancier daarvoor geeft, dit wordt 80 procent van het met de energieleverancier overeengekomen leveringstarief.

Het door minister Wiebes gemaakte wetsvoorstel wordt nu voorgelegd aan de Raad van State. Nadat zij hun advies hebben uitgebracht wordt het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer gestuurd ter behandeling. Minister Wiebes verwacht dat dit nog voor het zomerreces zal gebeuren.

Definitieve afbouwpad
Het kabinet na de publicatie van de Klimaat- en Energie Verkenning 2019 (KEV 2019) het definitieve afbouwpad voor de salderingsregeling bepaald op basis van de meest recente cijfers. De in de onderstaande tabel genoemde percentages betreffen het deel van de elektriciteit dat door de kleinverbruiker op het net is ingevoed waarvoor nog gesaldeerd mag worden. Voor het overige deel ontvangen kleinverbruikers uitsluitend een redelijke vergoeding van de leverancier.

‘Het definitieve afbouwpad leidt tot een minder snelle afbouw dan het indicatieve afbouwpad dat in het concept wetsvoorstel was opgenomen’, schrijft minister Wiebes aan de Tweede Kamer. De minister verwijst daarbij naar een onderzoeksrapport van TNO. ‘Zoals uit het rapport blijkt, wordt met het minder snel aflopende definitieve afbouwpad het effect van de afbouw op de terugverdientijd verzacht, binnen de budgettaire kaders van het regeerakkoord van oktober 2017.’

Kalenderjaar

Definitieve afbouw
(maart 2020)

Indicatieve afbouw
(oktober 2019)

2023

91 procent

89 procent

2024

82 procent

78 procent

2025

73 procent

67 procent

2026

64 procent

56 procent

2027

55 procent

45 procent

2028

46 procent

34 procent

2029

37 procent

23 procent

2030

28 procent

11 procent

2031

0 procent

kalenderjaren vanaf 2031 naar 0 procent

Terugverdientijd voor een referentiesysteem bij verschillende afbouwpaden van salderen

‘Het kabinet verwacht dat er hiermee de komende jaren een eenvoudige, gebruiksvriendelijke regeling blijft bestaan waardoor het voor huishoudens financieel aantrekkelijk blijft om te investeren in zonnepanelen en tegelijkertijd overstimulering wordt voorkomen’, aldus minister Wiebes over de terugverdientijd. ‘Zo pakt de energietransitie voor de belastingbetaler niet duurder uit dan nodig.’

Direct eigen verbruik het meest rendabel
De voorgestelde afbouw van de salderingsregeling heeft geen effect op de vrijstelling van belasting op de elektriciteit die achter de meter zelf wordt opgewekt en direct wordt verbruikt. Daarvoor betaalt een kleinverbruiker nog steeds geen energiebelasting en opslag duurzame energie (ODE). Het directe eigen verbruik van de opgewekte zonnestroom is dan ook nog altijd het meest rendabel.

Meetinrichting voor aparte registratie verplicht
Voor de afbouw van de salderingsregeling is het nodig dat alle kleinverbruikers een meetinrichting hebben die de afname en invoeding van elektriciteit op het net apart kan meten. Het wordt daarom verplicht dat kleinverbruikers een dergelijke meetinrichting hebben.


Waarom investeren we nog in olie- en gasproductie?

Irene van Staveren  17 december 2019, 08:54

©Trouw



Greta Thunberg had weer een rake uitspraak over de veel te trage voortgang van het wereldwijde klimaatbeleid. Ze herinnerde de delegaties in Madrid er fijntjes aan dat sinds het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 de fossiele industrie honderden miljarden heeft geïnvesteerd in olie- en gasproductie. En er zijn nog steeds voldoende beleggers om dat mogelijk te maken. Zo ging het grootste oliebedrijf ter wereld, Saudi Aramco, vorige week naar de beurs en haalde daar verschrikkelijk veel geld op bij enthousiaste beleggers.


Waarom gaat die sector zo door alsof we daar nog de tijd voor hebben? Daar hebben economen een mooie verklaring voor: sunk cost accounting. Dat betekent dat je doorgaat met je eerdere plannen, omdat je er nu eenmaal al zoveel in hebt geïnvesteerd. Maar dat is niet altijd rationeel, als de omstandigheden – lees het klimaat – ondertussen veranderd zijn. Een voorbeeld. Als u maanden geleden dure kaartjes hebt gekocht voor een openluchtconcert en het regent de hele dag wanneer het concert plaatsvindt, dan staat u voor een nieuwe keuze. Ofwel toch gaan, omdat u de muziek belangrijker vindt dan nat worden, ofwel thuisblijven omdat u geen zin heeft om kou te vatten. Maar wanneer u inderdaad niet als een verzopen kat bij dat concert wilt zitten, maar toch gaat omdat u nu eenmaal best veel geld voor de kaartjes betaald heeft, dan doet u aan sunk cost accounting. En dat is niet rationeel.


Aandeelhouders zijn gouden rendementen beloofd


Olie- en gasbedrijven hebben vaak al jaren geleden veel geld betaald voor onderzoek naar nieuwe boorlocaties en voor vergunningen. Ze hebben bovendien een heel netwerk aan leidingen en andere kapitaalgoederen die niks meer opleveren zodra ze zouden overstappen op duurzame energie. Bovendien hebben ze hun aandeelhouders gouden rendementen beloofd en die kunnen ze alleen maar blijven uitkeren zolang ze volop gebruik blijven maken van eerder gedane investeringen: dat levert meer en sneller rendement op dan de hele boel versneld afschrijven en overgaan op groene energieproductie. De fossiele industrie zit dus deels gevangen in de eigen kortetermijnaandeelhouderslogica.

Maar ook overheden hebben bijgedragen aan de sunk cost accounting van de fossiele industrie. Die hebben ­jarenlang fiscale voordelen gegeven (zie Shell dat nul winstbelasting betaalt in ons land), hebben de lobby van de fossiele industrie laten meepraten over het klimaatbeleid (de klimaattafels) en hebben succesvol laten lobbyen voor een fossiel-vriendelijk energiebeleid (geen belasting op kerosine voor vliegtuigen en op gas voor sectoren zoals de tuinbouw).


De lobby voor kortetermijnbelangen is sterk


De lobby voor de kortetermijnbelangen van de indus­trie en haar aandeelhouders is zo sterk dat die zich op allerlei vlakken doet gelden. Zo ook via handelsverdragen zoals Ceta tussen de EU en Canada. Want daarin zit een regel die bedrijven toestaat tegen overheden te procederen, als hun investeringen niet meer maximaal kunnen renderen. Bijvoorbeeld door strenger milieubeleid. De politiek heeft zichzelf in feite vrijwillig laten gijzelen door de fossiele industrie.


Dit is de wereld waarin we vandaag leven. Een wereld van kortetermijnbelangen die niet alleen bij de fossiele industrie, maar ook bij de overheid op allerlei beleidsterreinen is gaan overheersen. De omschakeling naar duurzame energie dreigt daardoor het onderspit te delven. Tenzij wij het heft zelf in handen nemen en ons geld niet meer (laten) beleggen in de fossiele industrie, thuis op groene stroom overgaan en de benzine- of dieselauto laten staan. Wij hebben via onze economische keuzes collectief de macht om een langetermijnvisie af te dwingen.


Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie.







Wat betekent aardgasloos voor de woninginstallatie?

energie



Een all-electric woning is niet precies hetzelfde als een gasvrije woning. Wel overlappen deze begrippen elkaar. Een deel van de alternatieven voor het gebruik van aardgas valt vooral binnen het concept ‘gasvrij’. Deze komen in dit artikel aan de orde.


Wat betekent aardgasloos voor de woninginstallatie

Door Joost Melten (installatiejournaal)

Per 1 juli 2018 is de verplichting vervallen om nieuwbouwwoningen in Nederland aan te sluiten op het aardgasnet. Het is een van de eerste uitvloeisels van de Wet Voortgang Energietransitie (VET) die april 2018 door de Eerste Kamer is aangenomen. Er gingen stemmen op om het vervangen van een mono-gasketel door een nieuw exemplaar te verbieden. Maar zover is het niet gekomen.

Van het gas af

In de discussie over de energietransitie in woningen spelen twee begrippen een rol. Allereerst het al gevallen van het gas af, wat een redelijk bondige formulering is voor ‘het stoppen met aardgas als energiedrager voor verwarming, koken en de bereiding van warm tapwater’. Dus zonder te omschrijven welke alternatieven voor aardgas in de plaats moeten komen. Het begrip van het gas af – of nog bondiger gasvrij of gasloos – circuleert vooral in de wereld van de w-installateurs en bij het grote publiek.

All-electric

De tegenhanger in de wereld van de e-installateurs en de alternatieve energiebranche is het bondige, maar enigszins misleidende begrip all- electric, wat staat voor ‘het gebruik van elektriciteit voor verwarming, koken en de bereiding van warm tapwater’. Enerzijds is dit begrip strikter doordat het zich specifiek richt op elektrische alternatieven, anderzijds gaat het minder ver dan het woordje ‘all’ suggereert.

Overlap

De begrippen van het gas af en all-electric begrippen zijn niet gelijk, maar overlappen elkaar wel gedeeltelijk. Want laten we wel wezen: een techniek kan aardgasvrij zijn, maar is dan nog niet automatisch elektrisch. Zo past bijvoorbeeld een moderne houtkachel mooi binnen het concept van het gas af maar eigenlijk niet binnen het concept all-electric. Toch worden beide begrippen in de praktijk meestal door elkaar gebruikt.

CV-installatie

Er zijn verschillende installaties in een woning die sinds de introductie van aardgas deze energiedrager gebruiken. De meeste woningen in Nederland hebben nu nog een centrale-verwarmingsinstallatie met radiatoren of convectoren waar heet water door stroomt, zogeheten hogetemperatuurverwarming (HTV), met een aanvoertemperatuur – van het water bij het warmteafgiftesysteem – tussen 65 en 70 C. Het water is gewoonlijk afkomstig van een HR-combiketel die op aardgas draait en ook zorgt voor warm tapwater. Koken doen de meeste huishoudens nog op gas, al neemt het gebruik van elektrisch koken toe, vooral koken op inductie.

Alternatieven voor aardgas

Als een woning niet of niet meer gebruik kan maken van aardgas, heeft dat gevolgen voor de manier waarop de functies verwarmen, koken, en de bereiding van warmtapwater worden ingevuld. Er zijn meerdere alternatieven beschikbaar, lopend van het gebruik van waterstof in plaats van aardgas, tot bijvoorbeeld het gebruik van elektrische radiatoren en/of convectoren. Die laatste optie is een van de alternatieven waarbij elektrische stroom de hoofdrol speelt, geheel aansluitend bij het werkgebied van de e-installateur. Deze alternatieven komen in een ander artikel aan bod. Dit artikel gaat over oplossingen die niet binnen het concept all-electric vallen, maar wel binnen (aard)gasvrij.

Niew- of oudbouw

Bij het toepassen van alternatieven voor aardgas in een woning maakt het overigens wel uit of het over een nog te bouwen woning gaat, of om een bestaande, verouderde woning die weer up-to-date moet worden gemaakt. In het eerste geval kunnen de gewenste installaties en systemen al voor de bouw worden ingepland. In het tweede geval moeten meterkasten worden uitgebreid en zijn naast het plaatsen van nieuwe installaties en systemen vaak meerdere (bouw)technische maatregelen nodig. Bijvoorbeeld verregaande thermische isolatie of nieuwe warmte-afgiftesystemen.

Groen gas & waterstof

Als het er alleen maar om gaat geen aardgas meer te gebruiken, zou je in plaats daarvan een bestaande HR-aardgasketel op zogeheten groen gas kunnen laten werken. Bijvoorbeeld gemaakt uit biogas dat zodanig is bewerkt, dat het dezelfde samenstelling heeft als aardgas. Of je zou een nieuwe, speciaal op waterstof aangepaste HR-ketel kunnen aanschaffen. Beide met als voordeel dat je in een bestaande woning niets aan de elektrische infrastructuur hoeft te veranderen. Net als de huidige combiketels op aardgas leveren ketels op groen gas of waterstof ook warmtapwater. En zijn ze niet alleen geschikt zijn voor afgiftesystemen passend bij hogetemperatuurverwarming, maar ook voor systemen passend bij lage temperatuurverwarming (met een aanvoertemperatuur van maximaal 55 C.) Bijvoorbeeld in vloer-, wand-, of plafondverwarming of in speciale LT-radiatoren en/of -convectoren. Voorwaarde is wel dat het huidige gasnet in plaats van aardgas groen gas of waterstof gaat vervoeren. Zonder een dergelijk net zouden huishoudens een eigen opslagmogelijkheid voor dit soort gassen moeten hebben.

Koken op elektriciteit

Zoals gezegd neemt met het koken op elektriciteit toe, vooral koken op inductie. Bovendien hebben veel huishoudens daarnaast een elektrisch oventje en/of een magnetron. De functie koken wordt dus steeds vaker al elektrisch ingevuld. Toch zal het voor verstokte gebruikers van een gascomfoor toch wel even wennen zijn als dat niet meer mogelijk is. Een inductieplaat is duurder in de aanschaf dan de traditionele kookplaat met zwarte, geprofileerde gietijzeren schijven, maar zuiniger in gebruik. In beide gevallen zal voor vierpitters een aansluiting op krachtstroom nodig zijn.

Weg met alle gasketels

Zonder aansluiting op het (aard)gasnet blijft er in bestaande of nieuw te bouwen woningen niets anders over dan gasketelloze oplossingen te vinden voor (ruimte)verwarming en de bereiding van warmtapwater. Een eerste mogelijke oplossing is een cv-ketel die niet op aardgas, waterstof, of groen gas brandt, maar op zogeheten pellets, kleine cilindertjes van (meestal) samengeperst hout, die lijken op een bepaalde soort kattebakvulling. Een pelletketel-cv is uitgerust met een elektronische regeling die onder andere zorgt voor de automatische toevoer van brandstof vanuit een pelletreservoir. Of denk aan de bioketel, een verwarmingsketel die biomassa als brandstof heeft. Voor de bereiding van warmtapwater kan een aparte, indirect gestookte boiler worden bijgeplaatst, of een afzonderlijke, losstaande elektrische boiler.

Warmtenetten

Een tweede mogelijke oplossing voor een aardgasvrije maar niet all-electric woning is de aansluiting op een warmtenet, met water op een hoge temperatuur. Dit water komt via een weinig ruimte innemende afgifteset het huis binnen. Warmtapwater wordt via een warmtewisselaar bereid in de afgifteset, of al daarvoor, in een verdeelstation in de straat. Ook hier is het verwarmde water bruikbaar voor zowel HTV als LTV. Er zijn trouwens ook al warmtenetten met minder heet water, die alleen bruikbaar zijn voor LTV. Het lastige van een warmtenet is dat je als bewoner weinig hebt te kiezen. Als er geen warmtenet in je wijk ligt dan kun je er niet op aansluiten. En als het er wel ligt, wordt je verplicht aangesloten.



Artikel

Elektrische verwarming als hoofdverwarming

klimaattechniek



Of elektrische verwarming geschikt is als hoofdverwarming, is afhankelijk van veel factoren. Ook de soort verwarming die is toegepast, speelt hierbij een rol. In dit artikel zetten we de mogelijkheden op een rij.


Elektrische verwarming als hoofdverwarmingElektrische radiator Maniva van Masterwatt.

Tekst: Marion de Graaff (Installatiejournaal)

Of elektrische verwarming geschikt is als hoofdverwarming voor een woning of gebouw, is afhankelijk van een heleboel factoren. Dat zijn bijvoorbeeld het vermogen, de gewenste mate van comfort en hoe goed een woning of gebouw al geïsoleerd is. De kosten van het installeren, de onderhoudskosten en het rendement spelen ook een rol. Daarnaast zijn er ook binnen elektrische verwarming nog verschillende keuzes te maken. Helaas zijn er nog maar weinig referentieprojecten met praktijkgegevens beschikbaar om een objectieve vergelijking te maken.

 

Geen elektrische cv-ketel, geen warmtepompen

In dit artikel zetten we een aantal mogelijkheden voor elektrische verwarming op een rij. We besteden daarbij geen aandacht aan de elektrische cv-ketel en ook niet aan warmtepompen. Zo’n ketel of pomp is zelf weliswaar een elektrische component in de installatie, maar er is geen sprake van directe elektrische verwarming. Een lucht–waterwarmtepomp verwarmt water en geeft dat af aan radiatoren of vloerverwarming. Een lucht–luchtwarmtepomp blaast warme lucht via een plafond- of wandunit een ruimte in.
Met elektrische convectoren en kachels kun je in principe een woning of gebouw verwarmen, maar ze verbruiken veel te veel stroom om interessant te zijn als hoofdverwarming.

 

Vijf soorten elektrische verwarming

Er zijn op dit moment vijf soorten elektrische verwarming die als hoofdverwarming kunnen voldoen.

1. Infraroodverwarming

Bij infraroodverwarming wordt niet de lucht maar de massa in een ruimte verwarmd. Infraroodpanelen stralen gericht warmte die voelbaar is tot ongeveer drie meter vanaf het paneel. Voor het verwarmen van een grote ruimte zijn meerdere infraroodpanelen nodig.  

Infraroodpanelen hebben een vlakke plaat die warm wordt, ongeveer tussen 60 en 200 graden. De achterkant van het paneel is geïsoleerd, zodat alle warmte via het stralingsoppervlak aan de voorkant afgegeven wordt. Het duurt een paar minuten voordat het IR-paneel warmte afgeeft. Een IR-paneel werkt vooral heel goed als het aan het plafond bevestigd is, omdat het dan vrij kan stralen. Een afstand van zo’n 2,6 meter boven de vloer is het beste. Is het plafond hoger dan drie meter, dan kan een paneel aan kettinkjes worden opgehangen.  

Soms hebben ir-panelen alleen een aan/uit-schakelaar, maar ze zijn er ook met verschillende standen of met een thermostaat. Panelen met een bewegingssensor zijn het meest efficiënt. IR-panelen zijn erg populair door hun strakke vormgeving. Sommige leveranciers gaan nog een stapje verder en leveren desgewenst stoffen bespanningen bij hun panelen. Zo lijkt er een Melkmeisje van Vermeer of een veld vol klaprozen aan de muur te hangen, maar gaat daarachter een infrarood paneel schuil.

 

2. CNT-infraroodverwarming

Een aparte categorie binnen infrarood is CNT-IR–verwarming. CNT staat voor Carbon Nano Tube. Het is een ultradun laagje koolstof dat stroom duizendmaal beter geleidt dan koper. Hierdoor is minder energie nodig om dezelfde temperatuur te bereiken als in conventionele (elektrische) verwarmingssystemen.  

Het product ziet eruit als een rol behang, is licht en gemakkelijk te verwerken. Warmtebanen op de muur kunnen afgewerkt met stuc, behang of verf, op de vloer is iedere warmtedoorlatende vloerafdekking een optie, zoals gietvloeren, plavuizen, laminaat of PVC.

CNT-infraroodverwarming van Entrasol.

De verwarming wordt aangesloten op een 24 volt omvormer en aangestuurd door een thermostaat. Het systeem kan op elk moment worden gemonteerd, en is daarom heel geschikt voor renovatie in de bestaande bouw. Een schilderij ophangen aan een wand met CNT-banen erin is geen probleem. Het materiaal verliest zijn werking niet als er ergens een schroef of spijker doorheen gaat.

 

3. Accumulatieverwarming  

Accumulatieverwarming werkt door middel van warmteopslag. Dat zit zo: elektriciteit wordt door een weerstand in de stenen kern van de radiator geleid. De weerstand wordt warm, de steen slaat de warmte op en geeft het vervolgens af. Afhankelijk van merk, type en samenstelling blijft de radiator één tot maar liefst acht uur warmte afgeven. Er is maar weinig elektriciteit nodig om de steen zodanig op temperatuur te houden dat de warmteafgifte constant is. De steen in de radiator heeft een hoge warmteopslagcapaciteit en verder is radiator goed geïsoleerd. Accumulatieverwarming kan dynamisch of statisch zijn.  

Dynamische accumulatieverwarming
Dynamische accumulatieverwarming heeft een snelle warmteafgifte en een nauwkeurige temperatuurregeling en is heel geschikt voor in de woonkamer. In een dynamische accumulatieradiator zit een ventilator. Koude lucht wordt aangezogen en door de warme kern weer naar buiten geleid. De thermostaat die de ventilator aanstuurt kan de temperatuur nauwkeurig bepalen.  

Statische accumulatieverwarming
Statische accumulatieverwarming zit qua techniek veel eenvoudiger in elkaar. De radiator heeft een beperkt vermogen en geeft de warmte geleidelijk af via zijn oppervlakte en door natuurlijke convectie. Omdat een statische accumulatieradiator geen nauwkeurige temperatuurregeling heeft, is hij niet bruikbaar in een woonkamer, maar wel in een hal of slaapkamer.

Accumulatieverwarming op zonne-energie
Aanvankelijk is dit type elektrische verwarming bedacht om efficiënt met de stroom van het nachttarief om te gaan. Een model dat werkt op zonnestroom is in de maak. Door overdag gewonnen zonne-energie op te slaan in de accumulatieverwarming en die ’s avonds te benutten, is zo’n combinatie in principe een gesloten systeem.

 
4. Elektrische radiatoren

Elektrische radiatoren kunnen als hoofdverwarming dienen. Speciaal voor die toepassing zijn er energiezuinige modellen met een centrale besturing voorzien van een thermostaat. Deze zijn ook te bedienen vanaf een smartphone of tablet. In iedere elektrische radiator bevindt zich een weerstand die de vloeistof – vaak een minerale thermische olie – in het systeem verwarmt. Er zijn leveranciers die alleen elektrische radiatoren als hoofdverwarming niet aanraden omdat de verbruikskosten dan vrij hoog zijn. Wel raden ze elektrische radiatoren met vloerverwarming aan in een gecombineerd cv-systeem.  
Een variant is de elektrische radiator met warmteopslag. Het elektrische element in de radiator trekt lucht aan en verwarmt die. Die warme lucht stijgt op en verwarmt een stenen element bovenin de radiator. Zo ontstaat een combinatie van convectiewarmte en stralingswarmte.

 

5. Elektrische vloerverwarming

Bij elektrische vloerverwarming zitten de verwarmingselementen in een folie of in een dunne mat verwerkt. Voor het leggen zijn er twee mogelijkheden: in de vloer, of op de ondervloer.  

Vloerverwarming in de vloer 

Voor plaatsing in de vloer is de dunne mat geschikt. De onderlaag bestaat dan uit beton, tegels of natuursteen en wordt afgewerkt met een natuurstenen of tegelvloer. Er is dan een vermogen nodig van 150 W/m2. Het voordeel is dat de bovenliggende compacte vloerlaag als een warmtebuffer fungeert. Dat betekent wel dat een ruimte niet onmiddellijk warm is als de verwarming aangaat. Bovendien is er relatief veel stroom nodig om de vloer zo warm te krijgen dat het ook in de ruimte warmer wordt. Als van nachtstroom of van zelf opgewekte groene stroom gebruik kan worden gemaakt, dan drukt dat de kosten.

Vloerverwarming op de ondervloer 

Elektrische vloerverwarming in de vorm van folie is bedoeld voor plaatsing op de ondervloer en kan daarna worden afgewerkt met vloerbedekking of laminaat. In dat geval is het benodigde vermogen 100 W/m2. De ruimte is dan wel snel warm, maar de vloer heeft geen bufferwerking. De vloer geeft de warmte dan ook minder geleidelijk en minder gelijkmatig vrij. Of dat prettig is of juist niet, hangt van de situatie af.
Voor nieuwbouwwoningen wordt ook wel elektrische vloerverwarming gebruikt in de vorm van betonkabels die in de vloer worden meegegoten.

In een kleine woning kan elektrische vloerverwarming de hoofdverwarming zijn, maar in een wat ruimer huis wordt vaak gekozen voor een combinatie met radiatoren of infraroodpanelen.

Infraroodverwarming N3 van Naxis.

Voor- en nadelen elektrische verwarming

Bij een aantal afzonderlijke vormen van elektrische verwarmingstoestellen staan hierboven al wat specifieke positieve en negatieve kanten genoemd. Er zijn ook een aantal algemene voor- en nadelen te benoemen van elektrische verwarming.

Voordelen 

  • Met de meeste vormen van elektrische verwarming is een ruimte snel warm.
  • Een fossiele brandstof zoals aardgas is niet nodig.  
  • Zonnepanelen op het dak van een woning of gebouw kunnen de benodigde elektriciteit opwekken. Door een energieopslagsysteem te installeren is het mogelijk om de overdag door de zon opgewekte stroom ’s avonds te gebruiken.  
  • De kosten van het aanleggen van elektrische verwarming met losse elementen zijn lager dan die van het installeren van een centraal verwarmingssysteem, of dat nou op aardgas of met gebruikmaking van een warmtepomp is.  
  • Elektrische verwarming is decentrale verwarming, de warmte komt van losse elementen. Is er eentje kapot, dan is het een kwestie van alleen dat ene element vervangen.  

Nadelen 

  • Het energieverbruik is bij elektrische verwarming vaak hoger dan bij traditionele verwarming op aardgas. Door zelf elektriciteit op te wekken of door stroom met het nachttarief te gebruiken kunnen de kosten omlaag.
  • Elektrische verwarming is relatief nieuw, gegevens over het toepassen op de lange termijn zijn nog niet voorhanden.
  • Vooral bij het plaatsen van panelen aan het plafond is de stroomvoorziening en het wegwerken van kabels een aandachtspunt.
  • Er zijn (nog) geen Europese kwaliteitsnormen voor elektrische verwarmingstoestellen.

 

Maatwerk en concepten

Samengevat kunnen we zeggen dat elektrische verwarming een mogelijk alternatief voor verwarming op aardgas is, maar dat per project moet worden bekeken wat de beste oplossing is. In hotels, studentenwoningen en vakantiehuisjes kan elektrische verwarming zonder problemen als hoofdverwarming dienen. Voor een gemiddelde woning wordt vaak gekozen voor een combinatie, zoals bijvoorbeeld elektrische vloerverwarming met elektrische radiatoren.
Elektrisch verwarmen is maatwerk, zeker in oudbouw. Om vast te stellen of elektrische verwarming in een bepaalde situatie geschikt is, moet je als installateur het nodige weten van het ontwerpen van elektrische installaties. Daarbij is het belangrijk om te weten welke vormen van elektrische verwarming er zijn en wat hun specificaties zijn. Voor nieuwbouw zijn al verschillende concepten met elektrische verwarming uitgedacht. Daarover meer in volgende artikelen.



Artikel

Afgiftesystemen: what’s hot and what’s not?

klimaattechniek



De energietransitie heeft een enorme impact op de installatiebranche. Dat merken ook groothandels Technische Unie en Wasco bij de verkoop van afgiftesystemen voor verwarming. De klassieke cv-ketel met hoogtemperatuur-radiatoren is in nieuwbouw geen optie meer, en ook voor de bestaande bouw wordt driftig gezocht naar betaalbare en comfortabele aardgasvrije alternatieven.


Afgiftesystemen whats hot and whats notHet Inspiratiecentrum Duurzaamheid van de Technische Unie in Zwolle

Tekst: Marion de Graaff (Installatiejournaal)

Ron Kompeer is manager Productgroep Inkoop HVAC bij groothandel Technische Unie: “De energietransitie zorgt ervoor dat we heel anders kijken naar de energievoorziening en de energiehuishouding”, constateert hij. “Verwarmen, koelen en ventileren zijn daar allemaal onderdelen van.”

 

Lagetemperatuurverwarming

“Kijken we naar de warmteafgifte, dan zien we een sterke toename van lagetemperatuurverwarming (ltv), en dan vooral van de afgiftesystemen vloerverwarming en convectoren. Hebben we het over all-electric, dan zijn elektrische radiatoren en infraroodpanelen in opkomst.”

“Het mooie van elektrische radiatoren is dat ze erg innovatief zijn. Ze zijn voorzien van bewegings- en temperatuursensoren, individueel en op afstand te regelen. Elektrische vloerverwarming bestaat in verschillende vormen, maar door het hoge energieverbruik is dat nog niet op grote schaal doorgedrongen.”

 

Elektrische afgiftesystemen

Ook Robin Waarsenburg, Business Manager Duurzaam bij Wasco, ziet de vraag naar elektrische afgiftesystemen stijgen. “In onze ogen is dat een prima oplossing, mits goed toegepast. Ook zijn er bepaalde voorwaarden, zoals goede isolatie en bij voorkeur de beschikbaarheid van duurzaam opgewekte energie. Wij adviseren altijd om de verschillende opties heel goed door te rekenen.”

 

Nieuwbouw: ltv-systemen

“De omslag naar gasloos is zonder twijfel de grootste verandering voor de branche, maar ik wil wel vooropstellen dat er een enorm verschil is tussen bestaande bouw en nieuwbouw. In nieuwbouwwoningen wordt bijna uitsluitend nog lagetemperatuurverwarming toegepast, met als veel voorkomende combinatie een warmtepomp met vloerverwarming. Ook convectoren doen het heel goed, terwijl de verkoop van radiatoren duidelijk afneemt.”

 

Dankzij de low-H2O technologie en het DBH-systeem kunnen ook compactere modellen van radiator-convectoren zoals de Jaga Hybrid verwarmen op lage watertemperaturen.


 

Bestaande bouw: betaalbaar en duurzaam

“Bij bestaande bouw staan twee vragen centraal: ‘wat is mogelijk, en wat is wenselijk?’ Dat laatste punt hangt af van de eigenaar van het pand, die vaak uitgaat van betaalbaar óf duurzaam. Het is de kunst om die twee opties met elkaar te verenigen. Op de vraag wat er mogelijk is, kan een huiseigenaar zelf vaak geen antwoord geven. Hij is afhankelijk van het advies en van de kennis van de installateur. En die installateur is op zijn beurt afhankelijk van de input van leveranciers.”

 

Vloerverwarming

“Er wordt voor de bestaande bouw hard gezocht naar manieren om warmte zo voordelig en comfortabel mogelijk te regelen. Overstappen op lagetemperatuurverwarming is in veel bestaande woningen wel mogelijk, maar vraagt extra aandacht. Indien mogelijk wordt er gekozen voor vloerwarming op de begane grond, hoewel het behoorlijk ingrijpend en prijzig is om dat aan te laten leggen, zeker in een betonnen vloer.”

 

Convectoren en boosters

“Het is ook mogelijk om de radiatoren te vervangen door convectoren, maar ook dat kost wat. Er zijn goedkopere alternatieven zoals bijvoorbeeld het plaatsen van boosters onder de radiatoren, zodat de warme lucht gaat circuleren en de temperatuur in de ruimte sneller op peil is.”

 

Airco in de slaapkamers

“Een goed alternatief voor de slaapkamers is om airconditioning toe te passen. Je kunt dan koelen en verwarmen. Deze oplossing is voor de eindgebruiker nogal onbekend, maar wij zien het als een prima keuze. Juist omdat de verwarming op de slaapkamer eigenlijk nooit aan hebben, maar ‘het moet wel kunnen’. Een slaapkamer zonder afgiftesysteem is voor Nederlanders niet aan de orde. Het is een gevoel, we willen die zekerheid wel hebben.”

 

Radiator op zijn retour

Volgens Ron Kompeer neemt de verkoop van de radiator sinds zo’n anderhalf tot twee jaar af. “Dat wil niet zeggen dat ze niet meer verkocht worden, maar de verschuiving is ingezet”, stelt hij.

 

Verwarmen, ventileren en koelen

“Dat ltv aan terrein wint, komt doordat woningen steeds beter worden geïsoleerd. Vroeger ging het over verwarmen, of over ventileren, en in een enkel geval over koelen. Tegenwoordig is dat een drie-eenheid, want alleen als je die componenten goed op elkaar afstemt, kan er sprake zijn van een optimaal binnenklimaat. Optimaal heeft dan betrekking op zowel het comfort als het energieverbruik.”

“Voor die drie aspecten zijn nu nog drie verschillende soorten regelingen nodig, en dat maakt het soms nog lastig. Er worden programma’s en platforms ontwikkeld om de drie systemen op elkaar af te kunnen stemmen. De toekomst is dat met één app de gehele technische installatie wordt geregeld.”

 

Keuze afgiftesystemen

Prijs is en blijft in de meeste gevallen het belangrijkste punt in de keuze voor een afgiftesysteem. Dat geldt voor de individuele eindgebruiker, maar ook voor corporaties die grote volumes afnemen. “Bij lagetemperatuursystemen spelen daarnaast de toepasbaarheid en het comfort mee”, weet Waarsenburg.

“Advies is bij het kiezen echt heel belangrijk. Niets is vervelender dan wanneer er een systeem wordt opgeleverd dat niet voldoet aan de verwachtingen. En dat heeft niets met het systeem op zich te maken, dat kan optimaal functioneren. Het punt is dat mensen niet altijd weten wat een keuze inhoudt. Warmte die van een convector komt, voelt heel anders aan dan warmte van een radiator of van een infraroodpaneel. Dat is één ding. Daarbij komt dat ieder afgiftesysteem een eigen aanpak vraagt. Dus stappen mensen over op een ander systeem, dan moeten ze hun gedrag veranderen en dat is best lastig.”

 

Alternatieven voor gasketel

“Als marktleider hebben we een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid, en daarom sturen wij sterk op groen”, zegt Kompeer. “Waarschijnlijk is er straks niet één enkele techniek die de gasketel gaat vervangen. Van de warmtepomp zijn er meerdere varianten in opkomst. Aan de ene kant zie ik hybride combinaties met een ketel ontstaan, en aan de andere kant de lucht-lucht-, lucht-water- en de water-waterwarmtepomp die zonder ketel functioneren. Daarnaast zijn er de warmtenetten, in combinatie met restwarmte, biomassa of geothermie (aardwarmte). Gas van een andere samenstelling en waterstof zijn ook interessant, maar op dit moment nog niet op grote schaal inzetbaar. Er wordt wel volop mee geëxperimenteerd.”

 

Kennis verduurzaming delen

“Ik denk dat het belangrijk is om kennis op te doen, maar om vervolgens die kennis ook te delen. Dat is nodig om stappen te kunnen zetten op de ingeslagen weg van de verduurzaming, niet alleen voor de nieuwbouw maar zeker ook in de renovatie. Er zijn best practices nodig die als voorbeeld gaan dienen.”

 

Trainingen en ondersteuning

“Er zijn gelukkig al veel installateurs die met de nieuwe systemen uit de voeten kunnen”, zegt Robin Waarsenburg. “Aan de andere kant neemt het aantal vakmensen af en is er een dringende behoefte aan kennis en kunde. Daar spelen wij op in met ons WasCollege dat verschillende opleidingen verzorgt. Bijvoorbeeld in het aanleggen van een grondgebonden aardwarmtepomp, een klus waarvoor een installateur een certificaat moet hebben. Bovendien hebben we de capaciteit van onze afdeling Techniek in anderhalf jaar verdubbeld, om zo nog meer advies en begeleiding in de praktijk te kunnen bieden. Het Wasco Energie Centrum biedt klanten de mogelijkheid om kennis op te doen.”

 

Kennis nodig voor totaaloplossing

Ook Technische Unie zet stevig in op het trainen van en samenwerken met installateurs. ‘Zij komen bij de eindgebruikers thuis, dus ze zijn onze rechtstreekse link,’ zegt Kompeer. We ontmoeten installateurs onder andere in ons inspiratiecentrum in Zwolle waar we een aantal concepten zien op het gebied van klimaat en comfort. We focussen daarbij op de combinatie. We kijken verder dan één merk of één afgiftesysteem. Het gaat om de totaaloplossing en om daarin te kunnen voorzien is een breed aanbod, maar ook voldoende kennis en kunde nodig. Daarnaast zijn we gestart met TU Campus. Hier kunnen installateurs speciale trainingen, opleidingen en webinars volgen die hen verder helpen in hun vak.”

 

Kant-en-klare klimaatconcepten

Robin Waarsenburg verwacht dat er op korte termijn kant-en-klare klimaatconcepten voor verschillende woningtypen worden ontwikkeld. “Dat is dè manier om binnen een aantal jaren de bestaande en nieuwe woningen te verduurzamen. Verder zal er bij nieuwbouw in de planfase al rekening moeten worden gehouden met de installatie. Vroeger was een woning afgebouwd, en dan moest er nog een installatie worden aangelegd. Nu moet er ruimte zijn voor grotere kanalen, voor een warmtepomp, een buffervat en noem maar op. Er gebeurt heel erg veel in onze branche. De focus ligt heel duidelijk op duurzaamheid. Leuk, maar het is ook wel spannend omdat het zo snel gaat en je wilt wel de juiste keuzes maken. Het vraagt zorgvuldigheid en goede afwegingen.”

 

Meer vaart achter energietransitie

Van Ron Kompeer mag het allemaal wel iets sneller gaan. “De omslag naar energiezuinig is natuurlijk een positieve ontwikkeling”, zegt hij, “maar eerlijk gezegd vind ik wel dat het langzaam gaat. Het is complex, dat weet ik wel, en de kosten spelen ook mee. We zijn in Nederland gewend om een bepaald bedrag voor een ketel te betalen, en een bepaald bedrag voor het verbruik kwijt te zijn. Een duurzame oplossing kost meer, dus ook dat is wennen, en dat gaat langzaam. Maar toch, ik zou willen dat er veel meer vaart achter gezet werd.”

 

Energietransitie leeft

Robin Waarsenburg merkt wel dat de energietransitie ook buiten het werk leeft. “Mensen hebben het erover, ze willen weten wat er mogelijk is, wat de buurman doet, wat het kost, hoe de ervaringen zijn met verschillende oplossingen, etc. Vroeger praatte ik op verjaardagen niet over mijn werk, maar tegenwoordig is verwarming echt een hot item. Ik heb mijn taart altijd als laatste op”, lacht hij.



PROEFFABRIEK VOOR SUPERBATTERIJ


De Leids-Eindhovense startup LeydenJar gaat een proeffabriek bouwen voor de productie van superbatterijen. De nieuwe generatie accu’s zou 50 % meer energie kunnen opslaan dan de traditionele lithium-ionbatterij, terwijl de productiekosten vergelijkbaar zijn. Dat heeft LeydenJar woensdag aangekondigd.

Volgens Christaan Rood, de oprichter van LeydenJar, zal de nieuwe techniek voor een enorme doorbraak zorgen. Vooral producenten van elektrische auto's, vliegtuigen en consumentenelektronica zitten op zulke batterijen te wachten. Maar de batterijen zijn ook bruikbaar voor kortetermijn opslag van duurzame energie.

'De huidige lithium-ionbatterijen zitten vrijwel aan hun maximale opslagdichtheid', legt Rood uit. Knelpunt is de anode, de pool waar energie de batterij instroomt. Die is gemaakt van grafiet, maar dat kan maar een beperkt aantal lithiumionen per gram herbergen. Silicium kan tien keer meer lithiumionen bevatten, dus wanneer het lukt om de anode van silicium te maken, kan de capaciteit van de batterij flink toenemen.

MEER ENERGIE

Probleem daarbij is echter dat silicium niet stabiel is: bij het opladen zet het materiaal uit. Sommige batterijproducenten gebruiken daarom wel silicium, maar alleen in zeer kleine hoeveelheden.

In samenwerking met onderzoeksinstituut TNO is LeydenJar er in geslaagd om een bruikbare, stabiele anode van 100 procent silicium te maken. Het geheim zit hem in de door LeydenJar gepatenteerde, poreuze siliciumstructuur, zegt Rood. 'Met de huidige technologie is het moeilijk om nog meer energie in een batterij te stoppen', zegt Rood. 'LeydenJar maakt een sprong van 50 procent mogelijk, zonder ingrijpende aanpassingen in het productieproces.'

Volgens Rood biedt de silicium-anodetechniek 'grote kansen voor de gigafabrieken voor batterijen' die we in Europa nodig hebben om aan de vraag naar duurzame energie te voldoen. Ook andere partners geloven in de technologie. De Europese Unie, BOM Brabant Ventures, DOEN Participatie en informele beleggers staken gezamenlijk circa vier miljoen euro in het project.


GROTER BEREIK

De proeffabriek komt in Eindhoven en krijgt een vloeroppervlak van ongeveer 400 vierkante meter. Het voornaamste doel van de fabriek is niet om hoge productie te draaien, zegt Rood. 'We willen laten zien dat we de productie van silicium-anoden kunnen opschalen. Maar uiteindelijk zullen we geen batterijcellen gaan verkopen, maar voornamelijk de technologie erachter.'

In eerste instantie zullen de productiekosten ook nog relatief hoog liggen. De nieuwe fabriek moet aantonen dat de nieuwe batterijen uiteindelijk net zo voordelig kunnen worden gemaakt als de huidige. Ook de levensduur van de nieuwe batterijen zal steeds langer worden. 'De eerste toepassingen zullen vooral in specialistische apparaten voor de industrie liggen', zegt Rood. 'Maar naarmate de levensduur langer wordt, is de batterij ook geschikter voor consumentenelektronica, zoals de smartphone of de laptop.'

 

GROTER BEREIK MET ACCU AUTO

Binnen drie tot vier jaar kan de technologie ook in elektrische auto's zitten. Volgens Rood is vanuit die hoek al veel interesse: met de nieuwe batterijen is het bereik van de auto ineens een stuk groter. Hoe snel de verdere ontwikkelingen precies zullen gaan, is echter lastig te voorspellen, zegt Rood. 'We willen niet alles zelf in huis hebben, maar laten ons graag omarmen door de automobielindustrie en de energiesector.'